In dit geval is het beter om vooral naar de touwtjes te kijken en niet naar de houtjes.
De figuur die de touwtjes maken zijn in totaal twaalf (in het grieks "dodeca") vijfvlakken. Als alle vijfhoeken precies gelijk waren, had je dit een dodecaëder mogen noemen. De dodecaëder is een van de vijf platonische lichamen (de andere vier zijn de tetraëder, de kubus, de octaëder en de icosaëder. Wie meer hierover wil lezen kan beginnen bij Wikipedia: Platonisch lichaam.
In dit geval zijn het wel twaalf vijfhoeken maar zijn de hoeken van de vijfhoek niet allemaal gelijk. Onder de link WISKUNDE wordt uitgelegd hoe een tensegrity meetkundig in elkaar steekt. Het blijkt dat je niet zomaar alles kunt bouwen zoals je met gewoon timmerwerk wel kan. Als je iets van alleen houtjes maakt dan kun je de houtjes met spijkers onder alle mogelijke standen ten opzichte van elkaar in elkaar zetten. Met touwtjes gaat dit niet, want met touwtjes zoekt de constructie altijd naar de kortste weg tussen twee houtjes. En omdat deze weg niet precies dezelfde is als de ribben van een dodecaëder is hier sprake van een bijna-dodecaëder.
Om een of andere reden is het voor sommigen moeilijk te accepteren dat je tensegrities niet geheel naar je hand kunt zetten. Zo heeft bijvoorbeeld Rinus Roelofs, een kunstenaar ("digitaal beeldhouwer" om precies te zijn) die prachtige computer kunstwerken maakt ook een nep-tensegrity vervaardigd. De tensegrity die je op deze link ziet bestaat in werkelijkheid niet. Het is (slechts) een computer-animatie. Het plaatje is mooi, maar noem het geen tensegrity en zeker niet als je zelf wiskundige bent.
In de foto's hiernaast zie je drie verschillende manieren waarop de tien stokken tussen de twaalf vijfhoeken zijn gespannen.
